Geen enkele verzamelaar die zichzelf serieus neemt, zal fossielen in zijn collectie opnemen waarvan hij de oorsprong en benaming niet kent. Toch zal ook een specialist soms moeite hebben om de soorten van elkaar te onderscheiden. De paleontologie geeft voor de grote groepen -gewervelde dieren, ongewervelde dieren, hogere planten- geen sleutel tot het oplossen van alle classificatieproblemen.
Aangezien fossielen vaak niet intact zijn, zal er altijd enige twijfel blijven bestaan over de juiste indeling in soorten. Wel zijn er voldoende criteria om fossiele planten en dieren in te delen in hogere categorieën: stammen (takken), klassen en geslachten. Bij gewervelde dieren is de situatie heel ingewikkeld; daarvoor heeft men tabellen gemaakt met kenmerken van bepaalde botten, met name van pijpbeenderen.
De wetenschappelijke nauwkeurigheid die in acht genomen wordt bij het determineren van fossielen, hangt niet alleen af van het belang dat de verzamelaar eraan hecht, maar ook van de kennis die hij uit de vakliteratuur heeft opgedaan. In bepaalde gevallen zal hij de dierlijke of plantaardige resten moeten vergelijken met het standaardtype. Soms zal hij een bepaald fragment niet onder kunnen brengen in een soort of geslacht, omdat hij de inwendige structuur niet kent.
Een beginnende verzamelaar doet er goed aan de hulp in te roepen van een specialist in een museum, van een paleontologisch instituut of van een laboratorium van een universiteit. Een geïnteresseerde verzamelaar leert snel. Al gauw zal hij een ruwe indeling kunnen maken van de door hem gedane vondsten. Door veel te lezen en zijn fossielen te vergelijken met de afbeeldingen in de handboeken en tijdschriften en de exemplaren in openbare collecties, zal hij steeds dichter bij een precieze classificatie komen.
Bron: De Grote Encyclopedie Der Fossielen - Rebo Productions
|