Waarom deze site?Wie bestuurt de Stichting?Mail ons!Terug naar de homepage





















GEO Lexicon

R

A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P-Q-R-S-T-U-V-W-X-Y-Z

Radiair
Vanuit een middelpunt volgens een spiraal verlopend.

Radius
Bij gewervelde dieren een van de onderarmbeenderen, het spaakbeen.

Radula
Met chitineuze tanden bezette plaat op de mondbodem van weekdieren, uitgezonderd tweekleppigen.

Radius
Een uitsteeksel aan een been.

Recent mineraal
Mineraal dat in deze tijd gevormd wordt of nog niet zo lang geleden ontstaan is.

Red beds
Woestijnafzettingen, doorsneden door rivierbeddingen.

Reptiel
Gewerveld dier uit de klasse der Reptilia. Koudbloedig en met een geschubde huid, eierleggend. Voorbeeld: hagedissen en slangen.

Resilifer
Kuiltje of groeve op de slotplaat bij tweekleppigen waarin het resilium past.

Resilium
Bij tweekleppigen: in een groeve op de slotplaat gelegen kussentje van elastisch materiaal dat de kleppen uiteen drukt.

Reticulum
Een fijnmazig netwerk.

Ribben
Bij gewervelde dieren een deel van het rompskelet; bij schelpen de radiair uitstralende sculptuur.

Rostrum
Bij belemnieten een inwendig gelegen sigaarvormige structuur van voornamelijk radiair gelaagd calciet; bij ammonieten een ventrale uitstulping van de mondrand; bij slakken en tweekleppigen het uitstekend schelpdeel dat de sipho geleidt.

Rugvin
Een mediane, niet-gepaarde, verticale vin op de rug van aquatisch levende gewervelde dieren.




Copyright 2009 - Stichting Geologische Kring Den Bosch