|
|
|
|
Wat is mineralogie?
|
|
|
Mineralogie is een tak van de natuurkunde die zich bezighoudt met mineralen. De naam is afgeleid van het Griekse minera, erts, en logos, kennis. De mineralogie als aparte wetenschap ontstond oorspronkelijk in de 16e eeuw. Ze bestaat uit twee delen: de algemene mineralogie en de systematische mineralogie.
Algemene mineralogie is de wetenschap die de mineralen definieert, hun eigenschappen beschrijft en de totstandkoming van mineraalformaties bestudeert. De systematische mineralogie is de wetenschap die het mineralogische systeem indeelt op basis van de chemische samenstelling en de inwendige structuur van de afzonderlijke mineraalsoorten.
De algemene mineralogie omvat verschillende, afzonderlijke wetenschappelijk takken. De beschrijvende mineralogie is historisch gezien de oudste tak. Hij bestudeert de veranderlijkheid van mineraalsoorten, de algehele vermeerdering ervan en de wijze waarop die verschijnselen voorkomen in de natuur. De vergaarde kennis op dit terrein heeft tot een speciale terminologie geleid die elke verzamelaar van stenen en mineralen behoort te kennen.
Aan het einde van de l9e eeuw werd de morfologische (geometrische) kristallografie de meest exacte mineralogische discipline. Hiermee werd de basis voor de ontwikkeling van de structurele en fysische mineralogie gelegd. De discipline bestudeert de wetten die leiden tot de externe geometrische verschijningsvormen van kristallen. De structurele kristallografie bestudeert de ordening van deeltjes binnenin een mineraal, de interne symmetrie en structuur van kristalroosters. De kristallochemie houdt zich bezig met de relatie tussen de chemische samenstelling en de structuur van mineralen. De minerogenese (of genetische mineralogie) verklaart de prlncipes die aan de basis van de wordingsprocessen van mineralen staan. De minerale ontogenese, een nieuwe tak van de genetische mineralogie, bestudeert het ontstaan van de afzonderlijke kristallen en aggregaten. De experimentele mineralogie bestudeert de fysisch-chemische omstandigheden van het ontstaan van de mineralen, waarbij men vele natuurlijke processen in het laboratorium herhaalt.
Al deze wetenschappelijk takken gebruiken informatie van de geocherrue, een wetenschap die de natuurkundige wetten van het voorkomen en de verspreiding van chemische elementen op aarde bestudeert. De fysische mineralogie houdt zich bezig met die eigenschappen van mineralen die terug te voeren zijn op de samenstelling en structuur van de materie in vaste vorm. In de loop van de laatste 25 jaar heeft deze specifieke wetenschappelijke tak zich een vooraanstaande plaats weten te verwerven tussen de andere mineralogische disciplines. Hij is nauw verweven met de mineralogie, geochemie en de vaste-stoffysica.
Bron: Reis door de natuur; Mineralen
Uitgeverij R&B, Lisse - 1994
|

|
|
|
|
|
|


|
|