Deze website maakt gebruik van cookies.

Geo-Lexicon

Aambeeld
Het middelste van de drie beentjes in het binnenoor van gewervelde dieren.

 

Aarsvin
Een niet-gepaarde vin aan de ventrale achterzijde van een vis.

 

Accessoire mineralen
Mineralen die niet meer dan 1 à 2 procent van een gesteente uitmaken.

 

Actualiteitsprincipe
Opvatting dat 'het heden de sleutel tot het verleden is', waarbij wordt aangenomen dat processen in het verleden op dezelfde manier zijn verlopen als tegenwoordig het geval is.

 

Afbraakorganismen
Organismen die voedsel verkrijgen door overblijfselen en afvalproducten van dieren af te breken.

 

Afdruk
Een afdruk van de buitenzijde van een organisme.

 

Afgietsel
Een verharde afdruk van de binnen- of buitenzijde van een fossiel.

 

Agnathan
Primitieve kaakloze vis, als de lamprei.

 

Alkaligesteenten
Eruptieve gesteenten die een aanzienlijke hoeveelheid basen bevatten.

 

Alkalische metalen:
K, Na/Li, Rb, Cs.

 

Alluviaal
Heeft betrekking op sedimenten die afgezet zijn door een rivier of beek.

 

Alveole
Conische holte in rostrum hij belemnieten.

 

Ambulacrum (mv. Ambulacra)
Ambulacraalveld, d.w.z. deel van het skelet van stekelhuidigen waarin de voetjes van het watervaatstelsel zijn gelegen.

 

Amfibie
Gewerveld dier, behorende tot de klasse van de amfibieën, dat zowel in water als op land leeft. Voorbeeld: de kikker en de watersalamander. Amfibieën leven als jong in het water en ademen door kieuwen. Volwassen dieren ademen door middel van longen.

 

Amfiboliet
Metamorf gesteente dat vooral uit amfibool bestaat.

 

Amorf
Zonder een kristallijne atoomstructuur.

 

Anale buis
Buisvormig uiteinde van het spijsverteringskanaal bij zeelelies.

 

Anaërobisch
De afwezigheid van zuurstof, of het vermogen om in een zuurstofvrije omgeving te leven. Voorbeeld: de anaërobische bacterie.

 

Andesiet
Eruptief, neovulkanisch gesteente dat wat de samenstelling betreft overeenkomt met dioriet.

 

ångström
Een lengte-eenheid gelijk aan een honderdmiljoenste deel van een centimeter.

 

Anisotropie
Variatie in de eigenschappen van een stof, afhankelijkvan de richting waarin het onderzoek gedaan wordt.

 

Anticline
Boogvormige plooi in een gesteenteformatie.

 

Apicaal veld
Centraal veldje, boven op de zeeëgelschaal, waar vandaan de ambulacra uitstralen. Ook topschild genoemd.

 

Apofyse
Vertakking van een oppervlakkige of diepe magmatische massa.

 

Aptien
De vijfde van de zes etages van het Krijt.

 

Aragoniet
Een kristallijne vorm van calciumcarbonaat.

 

Arkose
Sedimentair gesteente dat vooral uit kwarts en veldspaat bestaat.

 

Armklep
De dorsale klep van een brachiopode.

 

Arthropode
Ongewerveld dier, lid van de stam der geleedpotigen, met een uitwendig skeletlichaam in segmenten en gelede poten. Voorbeeld: insekten en fossiele trilobieten.

 

Asterisme
Een optisch verschijnsel in een edelsteen, waardoor een vier- of zes-stralige ster zichtbaar is.

 

Avicularia (mv.)
Bepaalde individuen in de mosdiertjeskolonie die defensieve taken vervullen.

 

Aventurinisatie
Schittering die veroorzaakt wordt door zeer kleine deeltjes mica (glimmer) of hematiet, ingesloten in kwarts.