Deze website maakt gebruik van cookies.

Geo-Lexicon

Idiomorf
Volledig begrensd door de eigen kristalvlakken.

 

Impregnatie
Doordringing: het opvullen van de fijne gaatjes van een gesteente of een erts door mineralen die later ontstaan.

 

Impressie
Fossiele indruk van een plant, de plant zelf is niet meer aanwezig.

 

Infiltratie-afzettingen
Afzettingen of lagen die ontstaan door het neerslaan van mineralen die hun minerale gehalte gekregen hebben door uitspoeling van het aardoppervlak of van oudere lagen die dichter bij het oppervlak liggen.

 

Interambulacrum
Interambulacraalveld, d.w.z. het deel van het skelet van stekelhuidigen dat tussen de ambulacra is gelegen.

 

Interarea
Het klepdeel tussen wervel en slot bij tweekleppigen en brachiopoden.

 

Interradialia
Ruitvormige platen in de kelk bij blastoïden.

 

Intrusie-gesteenten
Gesteenten die ontstaan zijn doordat magma in de bovenste delen van de aardkorst gedrongen en daar gestold is.

 

Invertebraten
Ongewervelde dieren (Invertebrata).

 

Ionenbinding
Een binding tussen twee atomen, doordat elektronen van het ene naar het andere atoom overgaan.

 

Isomorf
Dezelfde atoomstructuur hebbend, maar verschillend in chemische samenstelling.

 

Isomorfie
Uitwisseling (wederzijdse vervanging) van elementen en radicalen met dezelfde eigenschappen (bijvoorbeeld Ca-Na in plagioklazen, Ca-Mg in carbonaten).

 

Isotropie
Natuurkundige eigenschappen die in een bepaald milieu in alle richtingen gelijk zijn.