Geo-Lexicon

Nema
Draadvormig dorsaal uitsteeksel van de sicula dat dient voor het vasthechten van een graptolietenkolonie aan een drijvend voorwerp.

Neolithicum (nieuwe steentijd)
Deel van het Pleistoceen, waarin de ontwikkeling van de landbouw heeft plaatsgevonden.

Neotenie
Verschijnsel waarin de ontwikkeling van een dier ophoudt in het stadium waarin het nog niet volwassen, maar wel geslachtsrijp is.

Neritische zone
Zeegebieden van het continentaal plat, d.w.z. tot ca. 200 m diepte.

Neurale boog
Het bovenste deel van een wervel.

Neurale kanaal
Kanaal waarin zich het ruggemerg bevindt.

Neuralia
Een reeks mediane beenplaten op het rugschild van schildpadden.

Nicol-prisma
Een filter dat gebruikt wordt om gepolariseerd licht te verkrijgen; het is gemaakt met behulp van IJslandspaat, een variƫteit van calciet.

Notochorda
Dunne slijmerige streng als ondersteuning van het lichaam in een juveniel stadium bij primitieve Chordata; tevens bij volwassen dieren.