Deze website maakt gebruik van cookies.

Geo-Lexicon

Occipitale
Bij gewervelde dieren het been dat doorgang omgeeft van het ruggemerg naar de schedel.

Occlusaal vlak
Het snij- of kauwvlak van een tand.

Occlusie
Het in elkaar grijpen van de gebitsonderdelen van de onder- en de bovenkaak.

Ongewerveld dier
Dier zonder wervelkolom.

Ontgassing
Uitstoten van vluchtige gassen bij afkoeling van magma.

Oortje
Vleugelvormige lob naast het slot bij tweekleppige schelpen.

Opalescentie
Kleurenspel dat je vooral in opaal waar kunt nemen.

Operculum
Sluitdekseltje, bij gastropoden eenstevig plaatje op de voet, dat dient om de mondopening af te kunnen sluiten.

Ornithischia
Dinosauriƫrs waarvan de bekkenbeenderen een driehoek vormen, net als bij de vogels.

Ornithopoden
Een dinosauriƫrgroep met het bekken van de Ornithischia.

Orogenese
Gebergtevormende periode.

Otoliet
Een kalkhoudende concretie in het oor van hogere vissen.

Oxydatiezone
Bovenste deel van een afzetting dat ontstaan is door de ontleding van primaire mineralen.